Pittenzakspellen
Eén pittenzakje, eindeloos veel werkvormen!
Met een simpel pittenzakje kun je ontzettend veel verschillende werkvormen bedenken. Laat leerlingen een antwoord geven en het zakje teruggooien naar de leerkracht, laat het door de klas slingeren of maak er een mikspel van.
En het mooie is dat je dit bij vrijwel ieder vakgebied kunt inzetten. Van rijmen en tellen bij de kleuters tot spelling, tafels, begrijpend lezen en zelfs zinsontleding in de bovenbouw. Je past de opdrachten gewoon aan het niveau van je leerlingen aan.
Ik heb daarom 40 verschillende werkvormen voor groep 1 t/m 8 verzameld. Allemaal eenvoudig uit te voeren, met weinig voorbereiding en materialen die je waarschijnlijk al op school hebt liggen. En mocht dat niet zo zijn, dan hieronder nog een link.
Klik hier om de pittenzakken te bekijken op bol.com
Dit is een affiliatelink. Als je via deze link iets koopt, ontvangt Klasklaar een kleine vergoeding. Zo steun je Klasklaar, zonder dat jij iets extra betaalt.
De drie vaste spelvormen
1. Tegen de leerkracht
De leerkracht gooit een pittenzakje naar een leerling en geeft een opdracht. De leerling geeft antwoord en gooit het pittenzakje terug. Daarna gooit de leerkracht het naar een andere leerling en volgt er een nieuwe opdracht. Zo komt iedereen op een actieve en speelse manier aan de beurt.
2. De slinger
De leerkracht noemt een onderwerp of geeft een startopdracht. Een leerling geeft antwoord en gooit het pittenzakje naar een klasgenoot. Die geeft een nieuw antwoord en gooit weer verder. De leerkracht kan tussendoor het onderwerp veranderen, zodat het spel blijft doorgaan.
3. Mik & doe!
Leg twee tot vijf hoepels op de grond. Iedere hoepel krijgt een antwoord, categorie of opdracht. De leerkracht stelt een vraag en de leerling probeert het pittenzakje in de juiste hoepel te gooien. Je kunt het ook omdraaien: de leerling gooit eerst en voert daarna de opdracht uit die bij de hoepel hoort. Zo combineer je leren met bewegen!