Zo zijn de werkbladen opgebouwd

De werkbladen volgen steeds dezelfde opbouw: Kijk – Denk – Reken. Die drie stappen brengen een leerling van eerste kennismaking met een rekendoel naar het zelfstandig toepassen ervan. De opbouw is bewust voorspelbaar, zodat leerlingen na verloop van tijd ook herkennen wat er in iedere fase van hen wordt verwacht.

1. Kijk

Bij Kijk maakt de leerling op een eenvoudige en overzichtelijke manier kennis met het rekendoel. De kern van wat later nodig is, wordt hier alvast zichtbaar gemaakt, maar nog zonder dat de leerling allerlei denkstappen zelf hoeft uit te voeren.

De leerling kijkt naar een voorbeeld, een afbeelding, een getallenrij, een hoeveelheid of een andere visuele voorstelling en ervaart zo kort en krachtig de logica achter het onderwerp. De informatie wordt bewust klein gehouden: alleen datgene wat nodig is om te begrijpen wat er gebeurt.

Deze stap leent zich goed voor een kort instructiemoment. Als leerkracht kun je het voorbeeld hardop bespreken, samen kijken wat er verandert of leerlingen laten verwoorden wat hen opvalt. Bij leerlingen die de stof al snel oppakken, kan Kijk juist voldoende zijn om zelfstandig de bedoeling van het werkblad te ontdekken.

Het uitgangspunt is hier: eerst zien en ervaren, nog niet zelf hoeven handelen.

2. Denk

Bij Denk gaat het werkblad een stap verder. De leerling heeft bij Kijk al gezien wat er gebeurt; nu wordt duidelijk hoe je daar zelf over kunt nadenken.

In deze fase worden de denkstappen achter het rekendoel zichtbaar gemaakt. Wat moet je eerst herkennen of al weten? Welke informatie kun je gebruiken? Welke strategie helpt je om tot het antwoord te komen? En in welke volgorde voer je die stappen uit?

Daarom vind je bij Denk bijvoorbeeld een getallenlijn, een vijf- of tienstructuur, een uitgewerkt voorbeeld of een korte visuele uitleg. De strategie wordt niet alleen verteld, maar zoveel mogelijk in beeld gebracht.

Bij verder tellen vanaf 5 kan dat bijvoorbeeld betekenen dat een leerling eerst leert herkennen: dit zijn er al 5. Pas daarna komt de volgende denkstap: ik hoef dus niet opnieuw bij 1 te beginnen, maar kan vanaf 5 verder tellen. Bij een getallenrij kan eerst zichtbaar worden gemaakt wat één meer en één minder betekent voordat de leerling dit zelf gaat toepassen.

Kijk laat dus kort de logica zien. Denk maakt zichtbaar wat er in het hoofd van de leerling moet gebeuren.

3. Reken

Bij Reken gaat de leerling zelfstandig aan de slag met wat in de eerste twee stappen is opgebouwd.

De leerling heeft eerst kennisgemaakt met het rekendoel, daarna de bijbehorende strategie geleerd en krijgt nu de kans om te laten zien of hij of zij die strategie ook zelf kan toepassen. De visuele ondersteuning wordt daarom bewust verminderd. De opdrachtvorm blijft herkenbaar, maar het denkwerk ligt nu steeds meer bij de leerling.

Deze fase geeft de leerkracht tegelijkertijd waardevolle informatie. Lukt het de leerling om de strategie zelfstandig te gebruiken? Wordt er nog teruggevallen op tellen vanaf 1? Is een tussenstap nog lastig? Of is het doel al voldoende beheerst?

Daardoor is Reken niet alleen verwerking, maar ook een klein controlemoment binnen het leerproces.


Getallen tellen en ordenen tot 10












Getallen tellen en ordenen tot 20










Getallen tellen en ordenen tot 30




Rekenen met het kralenrek





Getallen tellen en ordenen tot 50