Oefen belangrijke taalonderdelen van groep 4 met afwisselende werkbladen. Bij elk onderwerp vind je vier werkbladen, zodat kinderen de vaardigheid op verschillende manieren kunnen oefenen.

Dit zijn de onderwerpen:

  • Op alfabet zetten

  • Lidwoorden

  • Punt en vraagteken

  • Samenstellingen

  • Verkleinwoorden

  • Werkwoorden

  • Woordgroepen

  • Zelfstandige naamwoorden


Op alfabet zetten

Kinderen zetten woorden in alfabetische volgorde. Ze letten eerst op de beginletter en vergelijken daarna ook volgende letters. Op de werkbladen ordenen ze woorden, zoeken ze welk woord ertussen past en verbeteren ze een rijtje dat niet goed staat.


Lidwoorden

Kinderen oefenen met de, het en een. Ze zoeken het juiste lidwoord bij woorden, verbinden woorden die bij elkaar horen en vullen lidwoorden aan in woordgroepen en zinnen. Er staan ook andere woorden tussen, zodat ze goed moeten kijken.


Punt en vraagteken

Kinderen lezen zinnen en bepalen of er een punt of een vraagteken achter hoort. Ze vullen ontbrekende leestekens aan, verbeteren zinnen waarin het leesteken niet klopt en schrijven zelf zinnen met het juiste leesteken.


Samenstellingen

Kinderen ontdekken hoe twee woorden samen één nieuw woord vormen. Ze zoeken de losse woorden in een samenstelling, maken nieuwe samenstellingen, vullen ontbrekende woorddelen aan en bedenken wat het samengestelde woord betekent.


Verkleinwoorden

Kinderen zoeken verkleinwoorden in woorden en zinnen, maken gewone woorden kleiner en letten op de juiste uitgang. Ook oefenen ze met het verdelen van verkleinwoorden op uitgang en met het vinden en verbeteren van verkeerd gespelde verkleinwoorden.


Werkwoorden

Kinderen zoeken werkwoorden tussen andere woorden en herkennen ze in zinnen. Ze kiezen welk werkwoord goed in een zin past, vergelijken werkwoorden met zelfstandige naamwoorden en gebruiken werkwoorden in een eigen zin.


Woordgroepen

Kinderen zoeken woorden die samen één woordgroep vormen. Ze verbinden bijvoorbeeld een lidwoord, een passend bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord. Ook vullen ze woordgroepen aan en gebruiken ze die in zinnen.


Zelfstandige naamwoorden

Kinderen speuren naar zelfstandige naamwoorden tussen andere woorden en in zinnen. Ze sorteren woorden bij mensen, dieren, dingen en andere begrippen. Daarbij komen ook bijzondere, kindvriendelijke woorden voorbij, zodat er iets te ontdekken valt.