De eerste weken van het schooljaar worden ook wel de Gouden Weken genoemd. In deze periode leren leerlingen elkaar kennen en wordt de basis gelegd voor een veilige en positieve groep. Hopelijk helpt deze pagina met dat extra zetje dat je nodig hebt!
Op deze pagina vind je 40 activiteiten voor de Gouden Weken. Ze zijn verspreid door de pagina, maar ze zijn ook allemaal in één keer te downloaden. Tussen al die prachtige activiteiten vind je genoeg ander materiaal om te inspireren voor tijdens de Gouden Weken.
Mijn eigen tijdschriftcover
Op dit creatieve werkblad ontwerpen kinderen een tijdschriftcover die helemaal over henzelf gaat. Ze bedenken een pakkende titel, tekenen een zelfportret en schrijven korte koppen over hun hobby’s, interesses, talenten en dromen. Zo vertellen leerlingen op een speelse manier wie zij zijn en waar zij enthousiast van worden.
Laat de covers na afloop bekijken in tweetallen of maak samen een echte klassenkiosk. Welke verhalen zouden klasgenoten graag willen lezen? Welke interesses blijken overeen te komen? Het werkblad geeft veel ruimte voor eigen keuzes en vormt zo een leuke, laagdrempelige kennismakingsactiviteit voor de Gouden Weken.
Mijn eigen planeet
Op dit creatieve werkblad ontwerpen kinderen een planeet die helemaal van henzelf is. Ze bedenken hoe het landschap eruitziet, wat de bewoners graag doen, hoe zij elkaar helpen en welke regels er gelden. Zo laten leerlingen op een fantasierijke manier iets zien van hun interesses, ideeën en wat zij belangrijk vinden.
⭐
Laat de kinderen hun planeet tekenen, inkleuren en aanvullen met een vlag, een bijzonder dier en een favoriete plek. Bekijk daarna elkaars planeten in tweetallen of tijdens een korte ruimtereis door de klas. Welke overeenkomsten ontdekken de kinderen en wat maakt iedere planeet juist uniek?
Drie keer jezelf tekenen
Hoe zie jij jezelf? Met deze drie creatieve werkbladen maken kinderen op verschillende manieren een zelfportret. Eerst tekenen ze zichzelf zo realistisch mogelijk, daarna als stripfiguur en tot slot als een bijzonder kunstwerk vol vormen, kleuren, patronen en symbolen.
De opdrachten laten mooi zien dat je op meerdere manieren naar jezelf kunt kijken. Er is geen goed of fout: ieder portret mag anders zijn en iets unieks vertellen over de maker. Hang de kunstwerken op in de klas, maak er een kleine tentoonstelling van of laat kinderen in tweetallen vertellen welke keuzes zij hebben gemaakt. Zo ontstaat een persoonlijke en creatieve activiteit die perfect past bij de Gouden Weken.
⭐
16 Fonkelmissies voor een sterke groep
Met deze Fonkelmissies werken kinderen op een laagdrempelige manier aan elkaar leren kennen, samenwerken, luisteren, respect en erbij horen. Iedere kaart bevat een kleine, haalbare opdracht die kinderen gedurende de dag kunnen uitvoeren. Bespreek na afloop kort de vraag onderaan de kaart en ontdek samen wat de missie met de groep deed. Knip de kaarten uit, kies iedere dag een nieuwe missie en laat de klas stap voor stap sterker fonkelen!
De klas in cijfers
Hoe goed kennen de kinderen hun eigen groep eigenlijk? Met De klas in cijfers doen leerlingen eerst voorspellingen en onderzoeken ze daarna samen hoe de klas werkelijk in elkaar zit. Hoeveel kinderen houden van lezen, spelen graag buiten of hebben een huisdier? En hoeveel verschillende hobby’s en talen zijn er in de groep?
Door samen te tellen, vergelijken en bespreken ontstaan vanzelf verrassende ontdekkingen. Kinderen zien welke overeenkomsten ze hebben, maar ook hoeveel verschillende interesses en voorkeuren er binnen één klas bestaan. Gebruik het ingevulde blad als startpunt voor een klassengesprek of bewaar het als een vrolijke momentopname van de groep aan het begin van het schooljaar.
Wat is een emotiemeter?
Een emotiemeter helpt kinderen om bewust stil te staan bij hoe zij zich voelen. Door een kleur, gezichtje of symbool aan te wijzen, kunnen leerlingen hun gevoel laten zien zonder dat zij dit meteen uitgebreid hoeven uit te leggen. Dat maakt emoties zichtbaar en beter bespreekbaar.
De emotiemeter kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij de start van de dag, na de pauze of na een spannende situatie. Als leerkracht krijg je zo snel een beeld van wat er in de groep speelt. Ook leren kinderen emoties bij zichzelf herkennen, benoemen en begrijpen dat gevoelens gedurende de dag kunnen veranderen.
Er zijn geen goede of foute emoties. Blij, boos, verdrietig, gespannen of rustig: ieder gevoel mag er zijn. De emotiemeter vormt een laagdrempelige opening voor een gesprek en draagt bij aan een veilige sfeer in de klas.
⭐
De leerkuil posters
Leren gaat niet altijd vanzelf. Soms loop je vast, maak je fouten of weet je even niet hoe je verder moet. Dat hoort bij leren.
De leerkuil laat zien dat je door te proberen, hulp te vragen en door te zetten uiteindelijk weer verder komt. Een mooie manier om tijdens de Gouden Weken te praten over fouten maken, samenwerken en vertrouwen in jezelf.
De klas-tijdcapsule
Met dit invulblad kijken kinderen alvast vooruit naar het schooljaar dat voor hen ligt. Wat hopen ze samen mee te maken? Hoe willen ze bijdragen aan een fijne groep en waarin zouden ze zelf graag willen groeien? De antwoorden vormen samen een bijzondere momentopname van de klas aan het begin van het jaar.
Bewaar de ingevulde bladen in een doos of grote envelop en spreek samen een datum af waarop de tijdcapsule weer wordt geopend. Dan kunnen leerlingen terugkijken: welke verwachtingen zijn uitgekomen, wat is veranderd en hoe is de groep gegroeid? Zo krijgt deze eenvoudige Gouden Weken-activiteit later in het schooljaar een extra mooie betekenis.
28 energizers met Fonkeltje
Kan jouw groep wel even wat nieuwe energie gebruiken? Met deze 28 korte energizers breng je de klas snel in beweging, laat je kinderen samenwerken of zorg je juist voor een rustig concentratiemoment. Print de kaarten, knip ze uit en kies op ieder moment een passende activiteit. De opdrachten duren maar een paar minuten, hebben bijna nooit materiaal nodig en worden natuurlijk begeleid door Fonkeltje! ⭐
Dit past bij mij
Iedereen leert, werkt en speelt op zijn eigen manier. Wat de één heel leuk vindt, kan voor een ander juist minder prettig zijn. Met dit invulblad denken kinderen na over hun voorkeuren: werken ze graag samen of liever alleen, houden ze van bewegen, nieuwe dingen proberen, voor de klas vertellen of juist van rust om zich heen?
Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het blad helpt kinderen om zichzelf beter te leren kennen én om te ontdekken dat klasgenoten verschillende dingen nodig kunnen hebben. Laat leerlingen zelfstandig invullen en daarna zelf kiezen welke antwoorden zij willen delen. De ingevulde bladen vormen een mooie aanleiding voor gesprekken over verschillen, rekening houden met elkaar en samen een groep maken waarin iedereen op zijn eigen manier mee kan doen.
⭐
Onze groepsbelofte
Maak samen met de klas vijf afspraken die zorgen voor een fijne, veilige en sterke groep. Bespreek wat de kinderen belangrijk vinden, schrijf de afspraken in de vakken en laat iedereen onderaan zijn of haar naam zetten. Zo ontstaat een gezamenlijke groepsbelofte waar je tijdens de Gouden Weken én de rest van het schooljaar steeds op kunt terugkomen.
Een fijne groep ontstaat niet doordat iedereen altijd alles goed doet. Juist in een groep mogen fouten worden gemaakt, kunnen misverstanden ontstaan en lukt het soms even niet. Daarom maken we samen geen lijst met regels waarop je kunt ‘zakken’, maar een groepsbelofte: afspraken die laten zien hoe we met elkaar willen omgaan.
Kies vooral positieve en betekenisvolle afspraken, zoals: we luisteren naar elkaar, we geven elkaar ruimte, we helpen iemand die alleen staat en we vergeven elkaar na een fout. Zulke zinnen gaan niet over perfect gedrag, maar over wat je iedere dag opnieuw kunt proberen.
De groepsbelofte is dan ook niet bedoeld als strafmiddel of afvinklijst. Gebruik hem juist om samen terug te kijken: wat ging al goed, wat hebben we nodig en hoe kunnen we het morgen opnieuw proberen? Zo worden de afspraken geen regels waar kinderen op worden afgerekend, maar woorden die de groep richting geven en helpen bouwen aan vertrouwen, veiligheid en verbondenheid.
Dit ben ik!
Met dit invulblad krijgen kinderen de ruimte om iets van zichzelf te laten zien. Niet alleen hun naam of lievelingskleur, maar juist hun karakter, hobby’s, interesses, talenten en alles waar zij enthousiast van worden. Zo ontdekken klasgenoten dat er achter ieder kind een eigen verhaal, voorkeur en manier van kijken schuilt.
Leerlingen kiezen woorden die bij hen passen en vullen de verschillende vakken in met tekst of tekeningen. Ze kunnen vertellen waar ze in hun vrije tijd graag mee bezig zijn, waar ze vrolijk van worden, wat ze goed kunnen en wat ze nog eens zouden willen proberen. Er zijn geen goede of foute antwoorden: het blad gaat niet over wie je zou moeten zijn, maar over wie je op dit moment bent.
⭐
Mijn gebruiksaanwijzing
Geen enkel kind werkt, leert of samenwerkt precies hetzelfde. De één denkt graag eerst rustig na voordat hij iets zegt, terwijl een ander juist al pratend op ideeën komt. Sommige kinderen houden van duidelijke stappen en voorspelbaarheid, anderen krijgen energie van vrijheid en nieuwe uitdagingen. Ook wat helpt op een moeilijk moment, verschilt van kind tot kind. Met het werkblad Mijn gebruiksaanwijzing krijgen leerlingen de ruimte om hierover na te denken en iets van zichzelf te laten zien.
Op het werkblad beantwoorden kinderen vragen als: waar word ik blij van, hoe werk ik fijn, wat vind ik soms lastig en wat helpt mij wanneer ik vastloop? Ze denken ook na over samenwerken, hun eigen kwaliteiten en wat zij graag willen dat klasgenoten over hen weten. Daarmee gaat het blad verder dan een gewone kennismakingsopdracht. Kinderen delen niet alleen hun hobby’s of lievelingskleur, maar geven woorden aan wat zij nodig hebben om zich prettig, veilig en betrokken te voelen in de groep.
De term gebruiksaanwijzing is natuurlijk met een knipoog bedoeld. Een kind is geen apparaat met vaste knoppen en instellingen. Wat vandaag helpt, hoeft morgen niet precies hetzelfde te zijn. Toch kan het waardevol zijn om samen te onderzoeken welke situaties fijn voelen, waar spanning kan ontstaan en wat anderen dan kunnen doen. Een leerling kan bijvoorbeeld aangeven dat het helpt wanneer een opdracht nog een keer rustig wordt uitgelegd, dat samenwerken prettiger gaat wanneer taken duidelijk verdeeld zijn of dat hij soms eerst even tijd nodig heeft voordat hij wil praten.
Mijn mini-museum
Ieder kind heeft een eigen verzameling van interesses, talenten, herinneringen en dromen. Op dit creatieve invulblad maken leerlingen een klein museum over zichzelf. In de verschillende lijsten kunnen zij tekenen of schrijven waar ze graag mee bezig zijn, wat belangrijk voor hen is en wat ze nog willen leren.
Laat de kinderen hun mini-museum daarna bekijken in tweetallen of organiseer een rustige museumwandeling door de klas. Zo ontdekken leerlingen op een speelse manier nieuwe kanten van elkaar en ontstaan er vanzelf mooie gesprekken en verrassende overeenkomsten.
⭐
Complimentenmissie
Met deze geheime missie gaan leerlingen gedurende de dag bewust op zoek naar iets positiefs bij een ander. Ze bedenken complimenten voor vier verschillende klasgenoten en schrijven die eerst op. Daarna is het de uitdaging om ieder compliment op een natuurlijk moment echt te geven, zonder te verklappen dat het bij de opdracht hoort.
Je kunt het blad aan het begin van de dag uitdelen en er aan het einde kort op terugkomen. Welke complimenten waren makkelijk om te bedenken? Welke waren juist lastig? En hoe was het om onverwacht iets aardigs van iemand te horen? Zo maak je complimenten geven concreet, zonder er een geforceerd complimentenrondje van te maken.
De emotiebus
Zet vier of vijf stoelen achter elkaar en maak samen een bus in de klas. Een leerling pakt een emotiekaartje, stapt in en beeldt die emotie uit zonder het woord te noemen. De klas raadt welke emotie wordt gespeeld. Is het goed? Dan stapt de leerling bij de volgende halte weer uit en is de volgende aan de beurt.
Met de Emotiebus oefenen kinderen het herkennen, benoemen en uitbeelden van gevoelens. Je kunt beginnen met de basisemoties en later de uitgebreidere kaartjes toevoegen. Zo ontstaat er op een laagdrempelige manier een gesprek over gevoelens en leren kinderen steeds beter woorden geven aan wat ze voelen.
De geheime verbinding
Laat leerlingen eerst zelfstandig de zes vakken invullen: waar word je blij van, hoe leer je het liefst, waar ben je goed in, hoe help je graag, wat vind je lastig en wat heb je nodig om fijn te werken? Daarna gaan ze op zoek naar een klasgenoot met wie ze één of meer overeenkomsten ontdekken.
Onderaan schrijven ze met wie ze hun ‘geheime verbinding’ hebben gevonden en wat ze precies delen. Zo leren kinderen elkaar nét wat verder kennen dan bij de standaard kennismakingsvragen. Leuk is om na afloop een paar onverwachte verbindingen klassikaal te verzamelen: twee kinderen die allebei graag tekenen, rustig willen werken of juist hetzelfde lastig vinden.
De stille volgorde
Verdeel de klas in groepjes van vier en geef ieder kind één kaart. De kaarten horen samen en vormen een verhaal, maar leerlingen mogen hun afbeelding niet aan elkaar laten zien. Door goed te vertellen wat er op hun eigen kaart gebeurt en naar elkaar te luisteren, moeten ze samen ontdekken wat de juiste volgorde is.
Pas als het groepje denkt dat de volgorde klopt, mogen de kaarten naast elkaar worden gelegd. Een fijne samenwerkingsopdracht waarbij niemand het antwoord alleen kan vinden. Er zijn meerdere situaties, dus je kunt verschillende groepjes tegelijkertijd met een andere reeks laten werken.
Een foutje mag!
Iedere leerling zet in elk vak een simpele lijn, krul of kronkel en geeft het blad daarna door. De volgende leerling kiest één van de lijnen en maakt er iets nieuws van. Daarna schuift het blad opnieuw door, totdat alle vier de vakken een tekening zijn geworden.
Een leuke opdracht om te laten ervaren dat iets wat anders loopt dan gepland niet meteen fout hoeft te zijn. Juist uit een onverwachte lijn kan iets grappigs of creatiefs ontstaan. Bespreek na afloop kort wat leerlingen eerst lastig vonden en welk “foutje” uiteindelijk juist een goed idee opleverde.
Fluisterstripverhaal
Verdeel de klas in groepjes van vier en geef ieder kind een eigen blad. De eerste leerling leest de startzin en tekent wat daarbij hoort. Daarna wordt het bovenste deel omgevouwen en gaat het blad door naar de volgende. Die ziet alleen de tekening en schrijft op wat er volgens hem of haar gebeurt. Vervolgens wordt ook die zin omgevouwen en tekent de volgende leerling weer wat er staat.
Zo wisselen lezen, tekenen en schrijven elkaar af zonder dat leerlingen kunnen terugkijken. Aan het einde vouw je het hele blad open en zie je hoe ver het oorspronkelijke verhaal onderweg is veranderd. Vooral dat gezamenlijke terugkijken levert vaak grappige én verrassende verschillen op.
Geef de tekening door
Verdeel de klas in groepjes van vier en geef ieder groepje een werkblad. Iedereen begint in één vak en tekent een stukje van de omgeving. Na een afgesproken tijd gaat het blad door naar de volgende leerling. Die kijkt wat er al staat en tekent verder. Zo gaat het blad rond totdat alle vier de delen zijn ingevuld.
Het leuke is dat niemand vooraf weet hoe de gezamenlijke tekening eruit gaat zien. Kinderen moeten aansluiten bij wat een ander heeft bedacht en samen ontstaat er één geheel. Er zijn verschillende achtergronden, zoals de speeltuin en de onderwaterwereld, zodat groepjes met een andere tekening kunnen werken.
Het recept voor de perfecte klas
Laat leerlingen kiezen welke vijf ingrediënten zij het belangrijkst vinden voor een fijne klas. Die schrijven of tekenen ze in de ketel. Daarna kun je de keuzes vergelijken in tweetallen, kleine groepjes of klassikaal. Welke ingrediënten komen vaak terug? En zijn er ook dingen waar leerlingen heel verschillend over denken?
Een mooie opdracht om met elkaar te praten over wat een groep nodig heeft om prettig samen te leren en te werken. De opbrengst kun je goed gebruiken als opstap naar een groepsgesprek over afspraken, samenwerken en de sfeer in de klas. Juist doordat kinderen zelf kiezen wat voor hen belangrijk is, ontstaat er een gesprek dat echt van de groep wordt.
Kleuren zonder kleuren
Laat leerlingen in tweetallen tegenover elkaar zitten. Eén leerling krijgt de ingekleurde voorbeeldplaat en is de omschrijver. De ander krijgt dezelfde tekening in zwart-wit en is de kleurder. De uitdaging: niemand mag een kleurnaam noemen. Dus niet groen, maar bijvoorbeeld de kleur van gras; niet bruin, maar de kleur van chocolade.
De kleurder mag vragen stellen en probeert de plaat zo precies mogelijk na te maken. Pas als alles is ingekleurd, worden de tekeningen naast elkaar gelegd. Dat levert vaak leuke verschillen én goede gesprekken op over duidelijk uitleggen, goed luisteren en doorvragen. Er zijn meerdere platen, zodat verschillende tweetallen tegelijk kunnen spelen.
Mijn complimentenblad
Zet iedere dag één leerling in het zonnetje. Leg het complimentenblad op een vaste plek in de klas en laat klasgenoten gedurende de dag ieder één compliment opschrijven. Aan het einde van de dag krijgt de leerling het blad mee naar huis.
Moedig kinderen aan om verder te kijken dan alleen je bent lief of je bent aardig. Denk ook aan iets wat iemand goed kan, hoe iemand helpt, samenwerkt of reageert op anderen. Zo ontstaat er voor ieder kind een persoonlijk blad vol woorden van klasgenoten dat ook nog eens leuk is om te bewaren.
Talentenbingo!
Laat leerlingen met het blad door de klas lopen en elkaar opzoeken. Bij ieder vak zoeken ze een klasgenoot van wie zij vinden dat dat talent goed past. De naam schrijven ze in het bijbehorende vak. Zo komen niet alleen opvallende talenten aan bod, zoals rekenen, tekenen of sport, maar ook luisteren, helpen, samenwerken en organiseren.
Daardoor leren leerlingen elkaar op een andere manier kennen en zien ze dat talent veel breder is dan alleen ergens “de beste” in zijn. Bespreek na afloop een paar opvallende keuzes klassikaal: welk talent werd vaak genoemd en welke kwaliteiten kwamen juist onverwacht naar voren?
Talentenruilbeurs
Laat leerlingen eerst voor zichzelf nadenken: wat heb ik te bieden en wat zou ik graag van een ander willen leren of halen? Op het blad schrijven ze hun talenten, kwaliteiten of dingen waar ze goed in zijn aan de ene kant, en aan de andere kant wat ze nog lastig vinden of graag verder willen ontwikkelen.
Daarna kun je leerlingen met elkaar in gesprek laten gaan. Wie kan iets aanbieden waar een ander naar op zoek is? Zo ontdekken kinderen dat iedereen iets meebrengt én dat je elkaar in de klas ook echt kunt helpen. Een mooie activiteit om talenten zichtbaar te maken en tegelijk te benadrukken dat je niet alles al hoeft te kunnen.
Twee handen, één potlood
Laat leerlingen in tweetallen naast elkaar zitten en samen één potlood vasthouden. Zodra het potlood het papier raakt, mag er niet meer gepraat worden en laat niemand het potlood los. Zonder iets af te spreken maken ze samen één tekening.
Juist doordat overleggen niet mag, moeten leerlingen goed aanvoelen, meebewegen en rekening houden met de ander. Dat maakt dit een eenvoudige maar sterke samenwerkingsopdracht voor de eerste schoolweken. Bespreek na afloop kort hoe het ging: wanneer werkte het goed, wanneer was het lastig en wat hielp om toch samen tot één tekening te komen?
Vond je deze ideeën en materialen leuk of handig?
Deel deze pagina dan gerust met collega’s, je team of via je socials. Zo help je niet alleen andere leerkrachten aan inspiratie voor de Kinderboekenweek, maar steun je ook Klasklaar. Alvast heel erg bedankt! ⭐