Tellen met de dobbelsteen

Gooi met de dobbelsteen en zoek het cijfer dat past bij het aantal ogen. Leg vervolgens een fiche, blokje of ander klein voorwerp op het juiste plaatje. Ga door tot alle cijfers zijn bedekt. De verschillende kaarten zorgen voor afwisseling, terwijl kinderen steeds tellen, dobbelsteenbeelden herkennen en de cijfers 1 t/m 6 koppelen aan een hoeveelheid. Ideaal als zelfstandige inloopactiviteit of voor een klein groepje.


Dobbel een patroon

Gooi met de dobbelsteen en kijk welk plaatje bij het gegooide getal hoort. Vul eerst in welke plaatjes bij A, B en C horen. Daarna maakt de leerling het patroon verder af door steeds de juiste plaatjes in de vakjes te tekenen.

Op het blad staan verschillende patronen, zoals AB, AAB, ABB, ABC en AABB. Onderaan bedenken kinderen ook nog een eigen patroon. Zo oefenen ze patronen herkennen en afmaken, koppelen van getal aan afbeelding en goed kijken naar de volgorde. Een leuke inloopactiviteit die kinderen zelfstandig kunnen maken.


Dobbel en bouw een toren

Gooi 20 keer met de dobbelsteen. Na elke worp kleur je één blokje in bij de toren van het gegooide cijfer. Gooi je bijvoorbeeld 4, dan groeit toren 4 één blokje. Zo worden de zes torens steeds hoger en ontstaat vanzelf een duidelijk overzicht van de worpen.

Na afloop vergelijken de kinderen de torens: welke is het hoogst, welke het laagst, zijn er torens even hoog en welk cijfer kwam het vaakst? Onderaan kunnen ze vooraf ook voorspellen welke toren volgens hen het hoogst zal worden.

Een sterke inloopactiviteit om dobbelsteenbeelden, tellen, vergelijken, meer/minder/evenveel en eenvoudige gegevensverwerking te oefenen.


Dobbel en maak 10

Gooi met de dobbelsteen en schrijf het gegooide aantal in het eerste vakje. Bedenk daarna welk getal er nog bij moet om samen 10 te maken en schrijf dat in het tweede vakje. Zo ontstaan steeds nieuwe splitsingen van 10.

Onderaan kunnen kinderen dezelfde splitsingen ook zichtbaar maken in de tienvelden door de vakjes in twee delen te kleuren. Zo koppelen ze de som aan een hoeveelheid en zien ze letterlijk hoe 10 is opgebouwd.

Een fijne inloopactiviteit om splitsingen van 10, aanvullen tot 10, dobbelsteenbeelden en getalbegrip te oefenen.


Dobbelbingo

Gooi met de dobbelsteen en zoek op de kaart één vakje met het gegooide cijfer. Kleur dat vakje in en gooi opnieuw. Het doel is eerst één hele rij vol te krijgen, daarna kun je doorspelen voor twee rijen of zelfs de hele kaart.

Kinderen moeten steeds goed kiezen welk vakje ze inkleuren, waardoor er ook een klein stukje strategie in zit. Is een cijfer al helemaal ingekleurd, dan mogen ze opnieuw gooien.

Een leuke inloopactiviteit om dobbelsteenbeelden, cijferherkenning, tellen, vooruitdenken en gericht zoeken te oefenen.


Getallenjacht

Laat de leerlingen op het blad alle cijfers zoeken die bovenaan genoemd worden en deze inkleuren. In dit voorbeeld zoeken ze alle 9-en. Je kunt het werkblad zelfstandig laten maken, samen kort voordoen op het bord of inzetten als snelle startopdracht bij binnenkomst.

Met deze inloopactiviteit oefenen kinderen cijferherkenning, visueel scannen, concentratie en nauwkeurig werken. Doordat er veel cijfers door elkaar staan, moeten leerlingen echt goed kijken. Je kunt de activiteit ook makkelijk herhalen met een ander zoekcijfer.


Letterjacht

De leerling zoekt op het blad alle keren dezelfde letter en kleurt die in. Op dit werkblad gaat het om de letter s. Zo zijn kinderen gericht bezig met één letter en moeten ze steeds goed kijken of die letter echt klopt.

Deze inloopactiviteit is heel geschikt voor het oefenen van letterherkenning, visuele discriminatie en concentratie. Je kunt hem zelfstandig laten maken, kort samen voordoen of vaker gebruiken met steeds een andere letter.


Maak het patroon af

Kijk goed naar de afbeeldingen en ontdek welke volgorde steeds wordt herhaald. Teken daarna in de lege vakjes wat er verder komt. Sommige rijen wisselen steeds tussen twee afbeeldingen, andere gebruiken drie verschillende afbeeldingen.

Deze inloopactiviteit oefent patronen herkennen, logisch denken, voorspellen en nauwkeurig kijken. Kinderen kunnen zelfstandig aan de slag en tekenen zelf het vervolg van ieder patroon.


Wat hoort erbij?

Kijk naar de dieren aan beide kanten en zoek welke twee bij elkaar horen. Trek een lijn tussen de passende plaatjes, bijvoorbeeld het jonge dier en het volwassen dier.

Met deze inloopactiviteit oefenen kinderen goed kijken, vergelijken, verbanden leggen en logisch koppelen. Door de duidelijke afbeeldingen kunnen ze zelfstandig werken en meteen controleren of elk dier een passende partner heeft.


Vind twee dezelfde

Tussen alle verschillende plaatjes staan twee afbeeldingen die precies hetzelfde zijn. De leerling zoekt ze op en omcirkelt het juiste paar. Dat vraagt goed kijken, want veel afbeeldingen lijken op elkaar maar verschillen nét.

Deze inloopactiviteit oefent visuele waarneming, concentratie, vergelijken en nauwkeurig kijken. Je kunt het blad laten maken met potlood of stift, of lamineren zodat kinderen de opdracht vaker kunnen doen.


Kleuren met de dobbelsteen

Gooi met de dobbelsteen en zoek op het werkblad het vak met hetzelfde aantal ogen. Dat vak mag worden ingekleurd. Daarna wordt opnieuw gegooid. Zo bepaalt de dobbelsteen stap voor stap welk deel van de tekening aan de beurt is, totdat het hele werkblad kleur heeft.

De activiteit combineert dobbelsteenbeelden herkennen, tellen en kleuren en vraagt kinderen steeds goed te kijken waar het juiste vak ligt. Door de verschillende tekeningen en thema’s kun je deze activiteit makkelijk vaker inzetten tijdens de inloop.


Maak de afbeelding af

Op elk blad staat de helft van een afbeelding al in het raster. De leerling maakt de andere helft zo nauwkeurig mogelijk na door vakje voor vakje te kijken waar lijnen, vormen en onderdelen moeten komen. Daarna kan de tekening eventueel worden ingekleurd.

Deze inloopactiviteit oefent ruimtelijk inzicht, goed kijken, positie in een raster en nauwkeurig tekenen. Door de duidelijke vakverdeling kunnen kinderen zelfstandig aan de slag en echt stap voor stap controleren of hun afbeelding klopt.


Magnetische tegels namaken

Kijk goed naar het voorbeeld op het blad en bouw het patroon na met magnetische tegels. De leerling let op kleur, vorm en plaats in het raster en legt de tegels één voor één op de juiste plek, totdat de hele afbeelding klopt. De lege vakken laten zien waar nog iets moet komen.

Deze inloopactiviteit is heel geschikt om kinderen zelfstandig en rustig aan het werk te zetten. Ze oefenen ermee ruimtelijk inzicht, nauwkeurig kijken, patroonherkenning en logisch nadenken. Je kunt de bladen direct gebruiken aan een tafel met een bak magnetische tegels, zodat leerlingen meteen aan de slag kunnen.


Puzzelen – wat hoort samen?

Knip de kaartjes uit, schud ze door elkaar en laat de leerlingen steeds drie afbeeldingen zoeken die bij elkaar horen. Denk aan een emmer, schep en gieter of een muts, sjaal en wanten. De gevonden kaartjes worden als setje bij elkaar gelegd, totdat alle combinaties compleet zijn.

Een fijne inloopactiviteit waarbij kinderen goed kijken, verbanden leggen, sorteren en verwoorden waarom iets bij elkaar hoort. Je kunt de kaartjes per blad gebruiken of meerdere thema’s door elkaar mengen voor extra uitdaging.


Vul de rondjes

Laat de leerlingen de rondjes op de afbeelding vullen met fiches, pompons, knopen, kralen, dopjes of propjes papier. Je kunt ook verf gebruiken: laat kinderen met een wattenstaafje stip voor stip de rondjes vullen. Zo kun je met hetzelfde blad steeds een andere activiteit aanbieden.

Deze inloopactiviteit oefent fijne motoriek, oog-handcoördinatie, nauwkeurig werken en concentratie. Met een pincet, kleine materialen of verf kun je de moeilijkheid eenvoudig aanpassen.


Omtrek kleuren of vullen

Gebruik de grote afbeelding als ondergrond en laat kinderen zelf kiezen hoe ze hem vullen. Ze kunnen de omtrek volgen met blokjes, steentjes, doppen, pompons of ander los materiaal, of juist het hele vlak opvullen. Natuurlijk kan de afbeelding ook gewoon worden ingekleurd, geverfd of versierd met propjes papier.

Zo kun je met één blad steeds een andere opdracht aanbieden. Kinderen oefenen fijne motoriek, oog-handcoördinatie, nauwkeurig werken en het volgen van een vorm. Ideaal als rustige inloopactiviteit waarbij je alleen het werkblad en een bak met materiaal hoeft klaar te zetten.


Vormen sorteren

Leg verschillende voorwerpen of vormkaartjes klaar en laat de leerlingen ze op de juiste plek sorteren. Een vierkant komt bij het vierkant, een driehoek bij de driehoek en een rechthoek bij de rechthoek. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld magnetische tegels, houten vormen, bouwmateriaal of uitgeknipte kaartjes gebruiken.

Met deze inloopactiviteit oefenen kinderen vormherkenning, vergelijken en sorteren. Je kunt het eenvoudig moeilijker maken door meer vormen tegelijk aan te bieden of vormen te gebruiken die op elkaar lijken.


Dobbel en verover het raster

Gooi met de dobbelsteen en teken of kleur een gebied dat uit precies zoveel vakjes bestaat als het aantal ogen. Gooi je bijvoorbeeld 4, dan maak je een gebied van vier vakjes. Daarna is de volgende worp aan de beurt en groeit het speelveld steeds verder dicht.

De bladen zijn op verschillende manieren te gebruiken: alleen proberen het hele raster te vullen, met twee kleuren waarbij de gebieden elkaar niet mogen raken, of met twee spelers die ieder vanuit hun eigen hoek zoveel mogelijk ruimte proberen te veroveren. Aan het eind vergelijk je wie het grootste gebied heeft.

Een inloopactiviteit waarin kinderen dobbelsteenbeelden, tellen, hoeveelheden, ruimtelijk inzicht en vooruitdenken combineren. Door steeds te bedenken waar een volgend gebied nog past, wordt het gaandeweg steeds uitdagender.


Woordzoeker

De leerling zoekt in het rooster zoveel mogelijk woorden. De letters van een woord staan naast elkaar van links naar rechts of van boven naar beneden. Gevonden woorden worden met een lijn verbonden. Er is geen woordenlijst, dus kinderen moeten zelf ontdekken welke woorden verstopt zitten.

Deze inloopactiviteit oefent letterherkenning, beginnend lezen, woordherkenning en nauwkeurig kijken. Je kunt kinderen individueel laten werken of achteraf samen vergelijken welke woorden ze allemaal hebben gevonden.