werkbladen en activiteiten voor kleuters

Op deze pagina vind je allerlei werkbladen en activiteiten rond het thema Sinterklaas voor groep 1 en 2. Kinderen oefenen met tellen, cijfers, hoeveelheden, taal, waarnemen en fijne motoriek, steeds in een herkenbare sinterklaassfeer met onder andere pakjes, mijters, schoenen, verlanglijstjes en Pieten.

Je kunt de materialen gebruiken tijdens het werken over Sinterklaas, in een kieskast of werkhoek, als zelfstandige verwerking of als extra oefening.

Scrol of spring vanaf hier meteen naar:

Alle materialen staan per soort bij elkaar, zodat je snel kunt kiezen wat bij jouw groep of activiteit past.


Rekenen


Eén meer, één minder

Op deze werkbladen oefenen kleuters met de begrippen één meer en één minder. In het midden van iedere rij staat een hoeveelheid afgebeeld. Kinderen bekijken en tellen deze hoeveelheid en tekenen vervolgens links één voorwerp minder en rechts één voorwerp meer.

Zo oefenen ze niet alleen het tellen, maar ook het veranderen en vergelijken van kleine hoeveelheden. De verschillende Sinterklaasafbeeldingen zorgen ervoor dat dezelfde opdracht steeds met een andere hoeveelheid terugkomt.


Maak groepjes

Op deze werkbladen oefenen kleuters met het verdelen van voorwerpen in vaste groepjes. Bij iedere opdracht staat aangegeven hoe groot een groepje moet zijn: groepjes van 2, 3 of 4. Kinderen tellen de afbeeldingen en zetten steeds een kring om het juiste aantal voorwerpen.

Door de hoeveelheden daadwerkelijk te groeperen, leren kinderen dat een grotere verzameling kan worden opgebouwd uit kleinere, even grote groepjes. Ze oefenen zo met tellen, hoeveelheden overzien en logisch groeperen. De verschillende Sinterklaasafbeeldingen en aantallen zorgen ervoor dat dezelfde rekenvaardigheid op meerdere manieren wordt geoefend.


Sommen tot 10

Met deze werkbladen oefenen kleuters met optellen en aftrekken tot en met 10. Bovenaan worden de sommen eerst ondersteund met afbeeldingen. Kinderen kunnen de voorwerpen tellen, samenvoegen of bekijken welke zijn doorgestreept en bepalen zo de uitkomst van de som.

Daarna rekenen ze onderaan dezelfde soort sommen zonder visuele ondersteuning. Zo bouwen de werkbladen op van concreet tellen naar het herkennen en zelfstandig uitrekenen van eenvoudige plus- en minsommen.

De Sinterklaasafbeeldingen maken de hoeveelheden herkenbaar en geven kinderen die dat nodig hebben extra houvast bij het rekenen.


Splitsen tot 10

Met dit werkblad oefenen kleuters met het splitsen van hoeveelheden tot en met 10. Bij iedere opdracht zien kinderen twee schoenen met kruidnoten. Ze tellen hoeveel kruidnoten bij iedere schoen liggen en vullen deze twee aantallen in bij het splitsmodel.

Het getal bovenaan laat zien hoeveel kruidnoten er samen zijn. Zo ontdekken kinderen dat één hoeveelheid op verschillende manieren uit twee kleinere hoeveelheden kan bestaan. Ze oefenen hiermee het tellen, het herkennen van deel en geheel en leggen een belangrijke basis voor het latere optellen en aftrekken.


Sommen tot 20

Met dit werkblad oefenen kleuters met optellen en aftrekken tot en met 20. In ieder vak van de boot staat een som. Kinderen rekenen de som uit en zoeken daarna in de kleurcode welke kleur bij de uitkomst hoort.

Door alle vakken op de juiste manier in te kleuren, oefenen kinderen niet alleen het rekenen, maar ook het koppelen van een uitkomst aan de juiste kleur. Als alle sommen zijn opgelost, ontstaat er stap voor stap een vrolijke, kleurrijke stoomboot.

Zo wordt het oefenen van plus- en minsommen gecombineerd met een aantrekkelijke kleuractiviteit binnen het thema Sinterklaas.


Tellen tot 10

Met deze werkbladen oefenen kleuters met tellen en getalherkenning tot en met 10. Bij iedere opdracht staat een groepje Sinterklaasafbeeldingen, zoals schoenen, wortels, cadeautjes, mijters en kruidnoten. Kinderen tellen hoeveel afbeeldingen ze zien en omcirkelen daarna het juiste getal uit drie mogelijkheden.

De opdrachten helpen kinderen om hoeveelheden zorgvuldig te tellen en deze te koppelen aan het bijbehorende cijfer. Doordat de aantallen en afbeeldingen steeds wisselen, oefenen ze op een afwisselende manier met hoeveelheden van 1 tot en met 10.


Tellen tot 20

Met deze werkbladen oefenen kleuters met tellen en hoeveelheden tot en met 20. De pakjes zijn deels overzichtelijk verdeeld in groepjes van 5 en deels los afgebeeld. Kinderen tellen eerst de complete groepjes en daarna de losse pakjes. Vervolgens schrijven ze het totale aantal in het vak.

Door de hoeveelheden op deze manier aan te bieden, leren kinderen steeds grotere aantallen gestructureerd te tellen in plaats van ieder pakje steeds opnieuw één voor één te tellen. Ze oefenen met het herkennen van groepjes van 5, verder tellen vanaf een bekende hoeveelheid en het koppelen van de totale hoeveelheid aan het juiste getal.


Waar zijn er meer?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het vergelijken van hoeveelheden. In iedere rij staan twee groepjes met Sinterklaasafbeeldingen. Kinderen tellen beide groepjes en omcirkelen vervolgens het groepje waar meer van zijn.

Zo oefenen ze niet alleen het tellen, maar leren ze ook hoeveelheden met elkaar vergelijken en het begrip meer op de juiste manier gebruiken. De aantallen en afbeeldingen wisselen steeds, waardoor kinderen goed moeten blijven kijken en tellen in plaats van alleen af te gaan op hoe groot een groepje eruitziet.


Dobbelsteen en cadeau

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het herkennen van dobbelsteenbeelden en het koppelen van aantallen. Kinderen kijken hoeveel stippen er op de dobbelsteen staan en zoeken vervolgens de afbeelding die bij precies dezelfde hoeveelheid hoort.

Op het ene werkblad kleuren ze het cadeau met het juiste aantal stippen. Op het andere werkblad trekken ze een lijn van de dobbelsteen naar het groepje met het juiste aantal pakjes. Zo oefenen ze met subiteren, tellen en het herkennen van hoeveelheden van 1 tot en met 6.

Door dezelfde vaardigheid op twee verschillende manieren aan te bieden, krijgen kinderen extra oefening zonder dat de opdracht steeds hetzelfde aanvoelt.


Voor en na

Met deze werkbladen oefenen kleuters met de getallenrij en de volgorde van cijfers. In het midden staat steeds een getal van 2 tot en met 9. Kinderen bedenken welk getal ervoor komt en welk getal erna komt en schrijven deze in de lege vakken.

Zo oefenen ze met het herkennen van de vaste volgorde van getallen en leren ze steeds beter welk getal één lager en welk getal één hoger is. Dat helpt bij het opbouwen van getalbegrip en vormt een goede basis voor later rekenen met meer en minder.


Geef Piet het juiste aantal

Met dit werkblad oefenen kleuters met getalherkenning en hoeveelheden koppelen aan een cijfer. Iedere Piet laat een getal zien. Naast Piet staan meerdere cadeautjes. Kinderen kijken naar het cijfer en kleuren precies zoveel cadeautjes als het getal aangeeft.

Zo oefenen ze met het herkennen van de cijfers, één voor één tellen en het maken van de juiste hoeveelheid. De getallen lopen op, waardoor kinderen met verschillende hoeveelheden kunnen oefenen binnen hetzelfde werkblad.


Kleur en tel

Met dit werkblad oefenen kleuters met tellen en getalherkenning tot en met 10. In iedere rij staat een aantal Sinterklaasafbeeldingen, zoals cadeautjes, mijters, schoenen en kruidnoten. Kinderen tellen hoeveel afbeeldingen ze zien en kiezen daarna uit drie getallen het juiste antwoord.

Het vakje met het goede getal wordt ingekleurd. Zo oefenen kinderen met zorgvuldig tellen, hoeveelheden vergelijken en het koppelen van een hoeveelheid aan het juiste cijfer. Doordat de aantallen per rij verschillen, worden verschillende hoeveelheden binnen één werkblad herhaald.


Maak de rij af

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het herkennen en voortzetten van patronen. In iedere rij staat een reeks met Sinterklaasafbeeldingen, zoals cadeautjes, schoenen, mijters, veren en kruidnoten. Kinderen kijken goed naar de volgorde en ontdekken welk patroon steeds wordt herhaald.

Daarna tekenen ze in de lege vakken welke afbeeldingen er volgens dat patroon moeten volgen. De moeilijkheid verschilt per rij: sommige patronen bestaan uit twee afbeeldingen, andere uit drie of meer.

Zo oefenen kinderen met logisch denken, goed kijken, ordenen en het herkennen van regelmaat. Deze vaardigheden vormen een belangrijke basis voor het latere rekenen met reeksen en patronen.


Welke schoorsteen is hoger?

Met dit werkblad oefenen kleuters met het vergelijken van hoogtes. Bij iedere opdracht staan drie schoorstenen naast elkaar. Kinderen bekijken de schoorstenen goed en omcirkelen steeds de schoorsteen die het hoogst is.

Zo oefenen ze met de begrippen hoog, hoger en hoogst en leren ze verschillende lengtes visueel met elkaar vergelijken. Doordat de schoorstenen per opdracht van plek en hoogte wisselen, moeten kinderen iedere situatie opnieuw goed bekijken en vergelijken.


Zoek de pietjes

Met deze zoekplaat oefenen kleuters met goed kijken, tellen en gericht zoeken. In de Sinterklaasscène hebben verschillende pietjes zich verstopt: achter een schoorsteen, tussen de huizen, bij de pakjes en op andere onverwachte plekken.

Kinderen zoeken alle verborgen pietjes, tellen hoeveel ze er hebben gevonden en schrijven het totaal onderaan op. Zo oefenen ze spelenderwijs met waarnemen, visuele aandacht en tellen, terwijl ze steeds opnieuw goed moeten kijken om geen pietje over te slaan.



Het huis van Sinterklaas

Wat gebeurt er eigenlijk in het huis van Sinterklaas als Sinterklaas zelf op pad is? In Het huis van Sinterklaas blijven de kleine Pietjes achter die nog niet groot genoeg zijn om mee naar Nederland te varen. En zodra Sinterklaas weg is, blijkt er in zijn huis behoorlijk wat te gebeuren. Het verhaal is geschreven op rijm en geïllustreerd door Marieke Nelissen.

Juist dat maakt dit een erg leuk boek voor groep 1 en 2. Het vertrekt vanuit een vraag waar kleuters heerlijk over kunnen fantaseren: wat gebeurt er als Sinterklaas er niet is? Je kunt voor het voorlezen kinderen eerst laten bedenken wat zij denken dat de Pietjes doen en deze ideeën na afloop vergelijken met het verhaal.

Het rijm maakt het boek bovendien bruikbaar om spelenderwijs met klank en taal bezig te zijn. Laat kinderen bijvoorbeeld het laatste rijmwoord voorspellen of samen woorden bedenken die op een woord uit het verhaal rijmen. De grote, fantasierijke illustraties geven daarnaast genoeg aanleiding om samen te kijken en te vertellen. Het boek telt 32 pagina's en wordt door bol aangegeven voor kinderen vanaf 4 jaar.

Een fijne keuze als je niet alleen een Sinterklaasverhaal wilt voorlezen, maar er ook eenvoudig een taal- en kringactiviteit aan wilt koppelen.

Bekijk Het huis van Sinterklaas bij bol.com

Bij de boektips op Klasklaar worden affiliatelinks gebruikt. Wanneer je via zo'n link iets koopt, ontvangt Klasklaar een kleine vergoeding. Jij betaalt hiervoor niets extra.


Leerkaarten



Taal & Lezen


Dezelfde beginklank

Met dit werkblad oefenen kleuters met het horen van beginklanken. Kinderen benoemen eerst de plaatjes en luisteren goed naar het eerste klankje van elk woord. Daarna verbinden ze de afbeeldingen die met dezelfde beginklank beginnen.

Zo werken ze op een speelse manier aan fonologisch bewustzijn, een belangrijke basis voor het latere leren lezen en spellen. Door woorden als pakje en pet of staf en ster met elkaar te verbinden, leren kinderen steeds beter om klanken aan het begin van woorden te herkennen.

Een korte tip is om de plaatjes eerst hardop te benoemen. Dat helpt kinderen om de beginklank beter te horen.


De of het?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het juiste lidwoord bij een woord. Bij ieder plaatje staat een woord, zoals piet, mijter, boot of huis. Kinderen lezen of benoemen het woord en omcirkelen daarna of het de of het is.

Zo werken ze aan woordenschat, taalgevoel en beginnende grammaticale kennis. Door de woorden steeds te koppelen aan een afbeelding, wordt de opdracht overzichtelijk en betekenisvol. De afwisseling in woorden zorgt ervoor dat kinderen met verschillende de- en het-woorden oefenen binnen het thema Sinterklaas.

Een korte tip: laat kinderen het woord hardop zeggen met het lidwoord erbij, bijvoorbeeld de piet of het huis. Dat helpt vaak om beter te horen wat goed klinkt.


Bouw het woord

Met deze werkbladen oefenen kleuters met letters herkennen en woorden opbouwen. Bij iedere afbeelding staan de letters van het bijbehorende woord door elkaar. Kinderen bekijken eerst het plaatje, bedenken welk woord erbij hoort en zetten daarna de letters in de juiste volgorde.

Vervolgens schrijven ze het volledige woord in de lege vakjes. Zo oefenen ze met letterkennis, klanken in woorden herkennen en de volgorde van letters. De afbeeldingen geven daarbij extra steun om te ontdekken welk woord er gevormd moet worden.

De werkbladen bevatten zowel korte woorden van drie letters als iets langere woorden, waardoor er binnen dezelfde opdracht verschil in moeilijkheid zit.


Maak het woord

Met deze werkbladen oefenen kleuters met letters herkennen en in de juiste volgorde zetten. Bovenaan staat steeds een Sinterklaaswoord, zoals SINT, PIET, PAKJE of STAF. De letters van dat woord staan als voorbeeld in de goede volgorde.

In ieder lettervak zoeken kinderen vervolgens de juiste letters tussen verschillende andere letters. Ze verbinden deze letters in de goede volgorde, zodat opnieuw het woord ontstaat. Elk woord wordt meerdere keren geoefend met een andere plaatsing van de letters.

Zo werken kinderen aan letterherkenning, visueel zoeken en het herkennen van de lettervolgorde in een woord.


Schrijf de woorden na

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het herkennen en schrijven van woorden. Bij ieder woord staat een duidelijke afbeelding, zodat kinderen weten welk woord erbij hoort. Eerst trekken ze het woord over de stippellijn na. Daarna schrijven ze hetzelfde woord zelfstandig op de schrijflijn ernaast.

Zo oefenen kinderen stap voor stap met lettervorming, schrijfrichting en de volgorde van letters in een woord. Tegelijkertijd werken ze aan hun woordherkenning en fijne motoriek. De verschillende Sinterklaaswoorden en andere herkenbare woorden zorgen voor voldoende afwisseling binnen dezelfde schrijfopdracht.



Welk woord hoort
bij het plaatje?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met woordherkenning en beginnend lezen. Bij ieder plaatje staan drie woorden die op elkaar lijken. Kinderen bekijken eerst de afbeelding, lezen de woorden en omcirkelen daarna het woord dat precies bij het plaatje past.

De antwoordmogelijkheden verschillen vaak maar één of enkele letters van elkaar, zoals muts – muis, boek – broek of peer – veer. Daardoor moeten kinderen goed kijken naar alle letters in het woord en niet alleen naar de beginletter.

Zo oefenen ze met het koppelen van een geschreven woord aan de juiste betekenis, het onderscheiden van woorden die sterk op elkaar lijken en het steeds nauwkeuriger herkennen van eenvoudige woorden.


Welk woord rijmt?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met rijmwoorden herkennen. Bij iedere opdracht staat één afbeelding met daarnaast drie mogelijke plaatjes. Kinderen benoemen de afbeeldingen hardop en luisteren welk woord rijmt op het eerste woord. Dat plaatje omcirkelen ze.

Zo oefenen kinderen met het horen en vergelijken van klanken aan het einde van woorden. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat woorden verschillend kunnen beginnen, maar toch hetzelfde kunnen klinken aan het eind. Daarmee werken ze spelenderwijs aan hun fonologisch bewustzijn, een belangrijke voorbereiding op het leren lezen en spellen.


Welke klank hoor je vooraan?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het horen en herkennen van de beginklank van een woord. Bij ieder plaatje staan drie letters. Kinderen benoemen eerst de afbeelding hardop, luisteren goed naar de eerste klank van het woord en omcirkelen vervolgens de letter die daarbij hoort.

Zo oefenen ze met auditieve analyse, letterherkenning en het koppelen van klanken aan letters. De verschillende afbeeldingen zorgen ervoor dat steeds andere beginletters aan bod komen. Daarmee werken kinderen spelenderwijs aan een belangrijke basis voor het leren lezen en spellen.


Wat hoor je achteraan?

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het horen en herkennen van de eindklank van een woord. Bij ieder plaatje staan drie letters. Kinderen benoemen eerst de afbeelding hardop, luisteren goed naar de laatste klank van het woord en omcirkelen vervolgens de letter die daarbij hoort.

Zo oefenen ze met auditieve analyse, letterherkenning en het koppelen van klanken aan letters. Kinderen leren steeds gerichter luisteren naar het einde van woorden, bijvoorbeeld naar de laatste klank van zak, jas, trom of veer. Daarmee werken ze aan hun fonologisch bewustzijn en leggen ze een belangrijke basis voor het latere lezen en spellen.


Zet het verhaal op volgorde

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het begrijpen en ordenen van een eenvoudige gebeurtenis. Onderaan staan vier afbeeldingen die samen één kort verhaal vormen, bijvoorbeeld een cadeautje inpakken, iets in de schoen krijgen, pepernoten bakken of de boot klaarmaken.

Kinderen bekijken de plaatjes goed en bedenken wat eerst gebeurt, wat daarna komt en hoe het verhaal eindigt. Vervolgens knippen ze de afbeeldingen uit en plakken ze in de juiste volgorde bij 1, 2, 3 en 4.

Zo oefenen ze met logisch nadenken, oorzaak en gevolg en tijdsvolgorde. Tegelijkertijd nodigen de afbeeldingen uit om het verhaal na afloop in eigen woorden te vertellen, waardoor ook de mondelinge taalontwikkeling wordt gestimuleerd.


Zoek de letter

Met deze werkbladen oefenen kleuters met het herkennen en onderscheiden van letters. Op ieder werkblad staat één letter centraal, bijvoorbeeld de s, p, m of b. Kinderen zoeken deze letter tussen allerlei andere letters en omcirkelen alle juiste exemplaren.

Er wordt apart geoefend met de kleine letter en de hoofdletter, zodat kinderen beide lettervormen leren herkennen. Doordat de doelletter tussen verschillende andere letters staat, moeten ze goed kijken naar de vorm en kenmerken van iedere letter.

Zo werken kinderen aan letterkennis, visuele discriminatie en nauwkeurig waarnemen. Dit helpt bij het steeds sneller herkennen van letters als voorbereiding op het leren lezen en schrijven.



a

Pepernotenletters

Vang met de zak de juiste letters en maak het woord compleet.

Laptop/Chromebook: beweeg de muis of gebruik ← → / a-d. Telefoon/tablet: sleep de zak direct met één vinger. Het spel schaalt automatisch mee met je scherm.


Buitengewone sinterklaasverhalen

Sinterklaasverhalen gaan vaak over dezelfde bekende ingrediënten: de stoomboot, het paard, een schoen en natuurlijk cadeautjes. Buitengewone sinterklaasverhalen kiest juist voor een andere insteek. In vijf verhalen laat Marijke Umans kanten van Sinterklaas zien waar kinderen waarschijnlijk nog nooit over hebben gehoord. Zo komt onder andere de schoenenverslaving van Sinterklaas voorbij en een bijzondere brief die hij aan Fred schrijft.

Dat maakt dit boek vooral leuk als je in de klas eens iets anders wilt voorlezen dan het klassieke Sinterklaasverhaal. De losse verhalen zijn bovendien handig: je hoeft niet iedere dag verder te lezen in één lang verhaal, maar kunt gedurende de Sinterklaasperiode telkens een nieuw avontuur kiezen.

Voor groep 3 en hoger biedt het boek veel mogelijkheden om na het voorlezen door te praten. Welke vreemde gewoonte zou Sinterklaas nog meer kunnen hebben? Welk verhaal over Sinterklaas is volgens jou nog nooit verteld? Kinderen kunnen vervolgens zelf een buitengewoon Sinterklaasverhaal bedenken, vertellen of schrijven. Daarmee is het boek een mooie aanleiding voor fantasie, mondelinge taal en creatief schrijven.

Het boek bevat vijf verhalen, telt 108 pagina's en is geschreven door Marijke Umans, met Flor Aguilar als illustrator. De uitgever adviseert het boek om voor te lezen vanaf ongeveer 6 jaar en zelfstandig te laten lezen vanaf 8 jaar.

Een originele keuze voor wie de bekende Sinterklaasverhalen een beetje zat is en kinderen juist wil laten fantaseren over alles wat we nog níét van de Sint weten.

Bekijk Buitengewone sinterklaasverhalen bij bol.com

Bij de boektips op Klasklaar worden affiliatelinks gebruikt. Wanneer je via zo'n link iets koopt, ontvangt Klasklaar een kleine vergoeding. Jij betaalt hiervoor niets extra.


Motoriek


Kleikaarten Sinterklaas

Met deze kleikaarten oefenen kleuters spelenderwijs hun fijne motoriek en handkracht. Kinderen rollen de klei tot bolletjes of lange slierten en leggen deze vervolgens op de aangegeven vormen van de kaart.

Bij de kruidnoten maken ze kleine bolletjes, bij de staf rollen ze één lange sliert en bij de baard maken ze meerdere lange slierten die over de lijnen worden gelegd. Zo oefenen kinderen verschillende bewegingen met hun handen en vingers, zoals rollen, vormen, doseren en gericht neerleggen.

De Sinterklaasfiguren maken de motorische oefening herkenbaar en uitnodigend, terwijl kinderen ondertussen werken aan de vaardigheid en kracht die later ook nodig zijn bij het tekenen en schrijven.


Maak de propjesbaard

Met dit werkblad oefenen kleuters hun fijne motoriek en handvaardigheid. Kinderen scheuren kleine stukjes papier af, rollen deze tussen hun vingers tot propjes en plakken de propjes vervolgens op de rondjes in de baard van Sinterklaas.

Tijdens deze activiteit oefenen ze verschillende kleine handbewegingen, zoals scheuren, rollen, knijpen en gericht plakken. Vooral het maken van de propjes vraagt om een goede samenwerking tussen vingers en handen en helpt bij het ontwikkelen van kracht en controle.

Als alle rondjes gevuld zijn, heeft Sinterklaas stap voor stap een volle propjesbaard gekregen.


Rijgkaarten Sinterklaas

Met deze rijgkaarten oefenen kleuters hun fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Kinderen knippen de kaart eerst uit, prikken de rondjes uit en rijgen daarna een koord door de gaatjes langs de rand.

Tijdens het rijgen oefenen ze met gericht kijken, mikken, doorhalen en afwisselend bewegen met beide handen. Dat vraagt om concentratie en helpt bij het ontwikkelen van handvaardigheid en controle. Die vaardigheden zijn ook belangrijk bij bijvoorbeeld knippen, plakken en later schrijven.

De rijgkaarten hebben een herkenbaar Sinterklaasthema, zoals het paard, Sinterklaas en een pakje, waardoor de opdracht extra uitnodigend is voor jonge kinderen.


Schrijfpatronen oefenen

Met deze werkbladen oefenen kleuters verschillende schrijfpatronen en voorbereidende schrijfbewegingen. Kinderen trekken de stippellijnen rustig over en oefenen daarbij onder andere met rechte lijnen, schuine lijnen, golven, zigzaglijnen, lussen, krullen en spiralen.

De schrijfpatronen zijn verwerkt in herkenbare Sinterklaasopdrachten, zoals het tekenen van de baard van Sinterklaas of het volgen van de route van Piet naar de schoorsteen. Hierdoor krijgt iedere schrijfbeweging een duidelijke en speelse betekenis.

Zo werken kinderen aan potloodcontrole, oog-handcoördinatie en een vloeiende schrijfbeweging. De afwisseling tussen eenvoudige en moeilijkere patronen helpt om de fijne motoriek stap voor stap verder te ontwikkelen als voorbereiding op het leren schrijven.


Knippen in het
thema Sinterklaas

Met deze werkbladen oefenen kleuters hun knipvaardigheid en fijne motoriek. Kinderen knippen van onder naar boven over de stippellijnen en stoppen bij de aangegeven stip. Zo verandert het knippen op een speelse manier in het hooi voor het paard of de lange baard van Sinterklaas.

De lijnen verschillen in moeilijkheid. Kinderen beginnen met rechte lijnen en oefenen daarna met golvende en zigzaglijnen. Hierdoor leren ze de schaar steeds beter sturen, terwijl ze tegelijkertijd oefenen met oog-handcoördinatie, richting houden en gecontroleerd knippen.

De verschillende lijnvormen maken de werkbladen geschikt om de knipvaardigheid stap voor stap verder uit te bouwen.


Sinterklaas

Leeftijd: vanaf ongeveer 4 jaar

Sinterklaas van Charlotte Dematons is eigenlijk veel meer dan een gewoon prentenboek. Het is een groot zoek- en kijkboek vol kleine verhalen. Op de platen ontdek je onder andere het huis van Sinterklaas in Spanje, de werkplaats, de stoomboot en de plekken waar de Pieten wonen. Voor deze vernieuwde editie tekende Dematons ook allerlei veranderingen van deze tijd, zoals de Pietenflat, zonnepanelen en een trainingsdag voor Hulppieten.

Voor in de klas is dit vooral een boek waar je steeds opnieuw naar terug kunt grijpen. Eén plaat kan al genoeg zijn voor een hele kringactiviteit. Laat kinderen vertellen wat ze zien, een personage volgen, verschillen zoeken of samen bedenken wat er vlak vóór of ná een klein tafereeltje gebeurt. Omdat er nauwelijks één vast verhaal wordt opgelegd, ontstaan de verhalen juist tijdens het kijken en praten.

Daarmee is het boek heel geschikt voor woordenschat, mondelinge taal en verhaalbegrip. Je kunt kinderen gericht laten zoeken naar voorwerpen of situaties, maar ook open vragen stellen: Wat denk je dat hier gebeurt? Waarom doet deze Piet dat? Waar zou hij nu naartoe gaan? Op bijna iedere bladzijde is bovendien de kat Witje verstopt, waardoor er vanzelf een leuke zoekopdracht ontstaat.

Het boek is een hardcover van 36 pagina's en wordt bij bol.com ingedeeld als prentenboek voor onder andere groep 1. Charlotte Dematons is zowel auteur als illustrator.

Een echte aanrader voor de onderbouw als je een Sinterklaasboek zoekt dat niet na één keer voorlezen klaar is. Kinderen kunnen er wekenlang nieuwe details, verhalen en gesprekjes in ontdekken.

Bekijk Sinterklaas bij bol.com

Bij de boektips op Klasklaar worden affiliatelinks gebruikt. Wanneer je via zo'n link iets koopt, ontvangt Klasklaar een kleine vergoeding. Jij betaalt hiervoor niets extra.


Muziek


Liedje
ronde 1
0 ❤️❤️❤️
reeks 0 · gemist 0/3
SPEED UP!!1.15×
Kies je klank
Kies een stijl en tik daarna op een liedje
💔

Game over

Score: 0

Even pauze


Creatief


Vul de mijter of muts

Bij deze werkbladen maken kinderen kleine propjes van crêpepapier. Daarmee vullen ze de grote mijter van Sinterklaas of de muts van Piet helemaal op.

Ze kunnen één kleur gebruiken, verschillende kleuren combineren of zelf een patroon maken. Een eenvoudige Sinterklaasactiviteit die leuk is om te doen én meteen wat extra oefening geeft met scheuren, propjes maken en plakken.


Teken de muts van Piet

Met deze werkbladen oefenen kleuters hun tekenvaardigheid en creativiteit. Piet is zijn muts kwijt en kinderen mogen zelf bedenken hoe zijn nieuwe muts eruit komt te zien. Ze tekenen de muts rechtstreeks op zijn hoofd en kunnen deze daarna verder versieren en inkleuren.


Piet Mondriaan

Met dit werkblad maken kleuters op een speelse manier kennis met de stijl van Piet Mondriaan. Sinterklaas en Piet zijn verdeeld in verschillende rechte vakken. Kinderen kleuren deze vakken in en maken zo hun eigen kleurrijke Mondriaan-versie.

De activiteit combineert creatieve vorming, kleurgebruik en fijne motoriek. Kinderen oefenen met netjes inkleuren binnen verschillende vormen en leren tegelijkertijd dat je met eenvoudige lijnen en kleurvlakken een heel herkenbaar kunstwerk kunt maken.

Tip: gebruik vooral rood, geel en blauw en laat ook een aantal vakken wit. Zo komt de typische Mondriaan-stijl extra duidelijk naar voren.


Prikhuisjes

Met deze prikhuisjes oefenen kleuters hun fijne motoriek en prikvaardigheid. Kinderen prikken de ramen van de huizen voorzichtig uit en plakken vervolgens aan de achterkant stukjes gekleurd vloeipapier.

Tijdens het prikken oefenen ze met gericht bewegen, kracht doseren en nauwkeurig langs een vorm werken. Het plakken van het vloeipapier vraagt daarnaast om zorgvuldig werken en een goede oog-handcoördinatie.

Wanneer de huisjes voor het raam worden gehangen, valt het licht mooi door de gekleurde ramen. Zo ontstaat er een sfeervolle Sinterklaasstraat die niet alleen leuk is om te maken, maar ook mooi gebruikt kan worden als versiering in de klas.


Maak de krullenbaard van Sinterklaas

Met dit werkblad combineren kleuters knutselen en fijne motoriek. Eerst kleuren ze Sinterklaas in. Daarna knippen ze twaalf stroken wit papier en rollen deze één voor één om een potlood, zodat er mooie papieren krullen ontstaan.

De krullen worden vervolgens op de aangegeven plekken onder de snor geplakt en vormen samen de volle baard van Sinterklaas. Tijdens de activiteit oefenen kinderen met knippen, rollen, vasthouden en gericht plakken.

Door de stroken om een potlood te draaien, vraagt deze opdracht net wat meer controle van de vingers en handen. Zo ontstaat uiteindelijk niet alleen een leuke Sinterklaasknutsel, maar wordt tegelijkertijd de fijne motoriek en oog-handcoördinatie geoefend.


SuperSint

Is Sinterklaas eigenlijk een soort superheld? Marie wil heel graag eens een echte superheld ontmoeten, maar wanneer een oude man in het park voorstelt dat Sinterklaas misschien wel zo'n held is, gelooft ze daar weinig van. Dan vertelt hij haar over de bijzondere verhalen die al eeuwenlang over Sint-Nicolaas worden doorverteld: over mensen die hij hielp, vissers die hij redde en een schip dat tijdens een storm bijna verging.

Dat maakt SuperSint een heel andere Sinterklaastip dan het doorsnee prentenboek. Het verhaal gaat niet alleen over pakjesavond, maar laat kinderen kennismaken met de oude verhalen en legendes achter Sinterklaas. Daardoor kun je in de klas mooi praten over vragen als: Wanneer ben je eigenlijk een held? Moet een held superkrachten hebben? En kun je zelf ook iets doen om iemand te helpen?

Het boek is geschreven op rijm en bevat daarnaast kleine weetjes over bekende Sinterklaastradities, zoals het paard, het grote boek, speculaaspoppen en chocolademunten. Daardoor kun je vanuit één verhaal gemakkelijk verder praten over tradities, geschiedenis en de betekenis achter dingen die kinderen ieder jaar tegenkomen.

Vooral voor groep 1 en 2 vind ik dit een sterke keuze wanneer je naast de gezellige Sinterklaassfeer ook wat meer inhoud wilt aanbieden. Het nodigt uit tot voorspellen, luisteren naar rijm, praten over goed doen voor anderen én ontdekken waar sommige Sinterklaasverhalen vandaan komen. Uitgeverij Leopold adviseert het prentenboek vanaf 4 jaar. Het telt 32 pagina's en is geïllustreerd door Martijn van der Linden.

Een bijzondere aanrader voor wie kinderen wil laten ontdekken dat achter Sinterklaas veel meer verhalen schuilgaan dan alleen schoenen, cadeautjes en pepernoten.

Bekijk SuperSint bij bol.com

Bij de boektips op Klasklaar worden affiliatelinks gebruikt. Wanneer je via zo'n link iets koopt, ontvangt Klasklaar een kleine vergoeding. Jij betaalt hiervoor niets extra.


Spel & Ontwikkeling


Pietendiploma maker

Met de Pietendiploma Maker maak je in een paar klikken een persoonlijk pietendiploma voor ieder kind. Kies een ontwerp, vul de naam in en pas het diploma eenvoudig aan. Daarna kun je het diploma direct downloaden en printen.

Handig voor een pietengym, Sinterklaasfeest, beweegactiviteit of gewoon als leuke afsluiting van het thema. Zo heeft ieder kind aan het einde een eigen diploma om trots mee naar huis te nemen.


Programmeren over de daken

Met Pietenroute maken kinderen spelenderwijs kennis met programmeren. Ze bekijken de route over de daken en leggen de pijlen in de juiste volgorde. Daarna drukken ze op Start en voert Piet het programma stap voor stap uit.

Zo werkt het

  1. Bekijk vanaf het startvak welke route Piet moet volgen.

  2. Sleep of tik de pijlen naar de genummerde antwoordvakjes.

  3. Druk op Start om het programma uit te voeren.

  4. Gaat Piet de verkeerde kant op? Dan stopt hij. De gelegde tegels blijven staan, zodat het kind de fout kan zoeken en verbeteren.

  5. Een tegel verwijderen kan door hem uit het antwoordbord te slepen.

Met Stap kan het programma één opdracht tegelijk worden uitgevoerd. Dat is handig om samen te bespreken wat iedere tegel doet. Piet terug zet Piet weer op het startvak, maar bewaart het programma.

Vanaf level 21 komt ×2 erbij: Piet voert dezelfde pijl twee keer uit. Vanaf level 51 wordt ook ×3 gebruikt. Selecteer hiervoor eerst een pijl en kies daarna ×2 of ×3.

Het spel bevat 120 levels die langzaam moeilijker worden. De voortgang wordt automatisch bewaard op het gebruikte apparaat. Vanuit het menu kunnen ook willekeurige routes worden gekozen.

Tip: Laat kinderen vóór het starten hardop vertellen welke stappen Piet volgens hen gaat zetten. Zo oefenen ze niet alleen programmeren, maar ook logisch denken, voorspellen en het verbeteren van fouten.

PPietenrouteProgrammeer Piet over de daken
Level 1 van 120
De routevan START naar de schoorsteen
Het spel wordt geladen…

Goed geprogrammeerd!

★★★

Piet is veilig bij de schoorsteen aangekomen.

Het spel kon niet starten. Vervang de embedcode volledig en laad de pagina opnieuw.

Sinterklaasbingo

Een complete Sinterklaasbingo met bingokaarten en een overzicht van alle plaatjes die in het spel voorkomen. De leerkracht noemt steeds één afbeelding, waarna de kinderen op hun eigen bingokaart zoeken of ze deze hebben.

Hebben ze het plaatje? Dan mogen ze het afdekken of afstrepen. Wie als eerste een volle rij of een volle kaart heeft, roept natuurlijk Bingo!


Cijfers en cijfersymbolen combineren

Bezorg de pakjes bij het juiste huis

Bij deze activiteit koppelen kinderen cijfers aan dobbelsteenbeelden. Op de huisjes staan stippen en op de pakjes staat een cijfer. De kinderen bekijken hoeveel stippen ze zien en zoeken het pakje met hetzelfde getal.

Bij de grotere getallen staan meerdere dobbelsteenbeelden op een huis. Die aantallen moeten eerst bij elkaar worden geteld voordat duidelijk is welk pakje erbij hoort.

Je kunt de huisjes en pakjes gewoon aan tafel gebruiken, maar het is ook leuk om de huisjes door de klas te verspreiden. Dan kunnen de kinderen de pakjes echt bij het juiste huis gaan bezorgen.


Maak de baard van Sinterklaas

Bij dit werkblad krijgt Sinterklaas een wel héél bijzondere baard. Spuit wat scheerschuim op het lege vlak en laat kinderen met hun handen een grote, volle baard maken.

Ze kunnen het schuim uitsmeren, krullen maken of juist een zo lang mogelijke baard maken. Een simpele, gezellige sensorische activiteit waarbij kinderen lekker mogen voelen en ontdekken.

Tip: lamineer het werkblad of stop het in een insteekhoes. Dan kun je het makkelijk schoonmaken en vaker gebruiken. 

 

print op A3!


Sinterklaas doe-kaarten

Met deze 8 doe-kaarten zet je eenvoudig een actief Sinterklaasparcours klaar in de speelzaal of gymzaal. Iedere kaart laat met een duidelijke afbeelding zien wat de bedoeling is, zodat kinderen snel zelfstandig aan de slag kunnen.

Ze springen in de schoorsteen, gooien een pakje, kruipen door een hoepel, balanceren over het dak, springen over pakjes, stapelen cadeautjes en bewegen van huis naar huis. De kaarten zijn ideaal om als losse onderdelen door de zaal te verspreiden en er een circuit van te maken.


Sinterklaaskwartet

Een eenvoudig kwartetspel helemaal in het thema Sinterklaas. Het spel bestaat uit 5 kwartetten met ieder 4 kaarten. Zo zijn er onder andere kaarten rond de intocht, van de Sint, op het dak en voor het paard.

Kinderen proberen steeds vier kaarten uit dezelfde serie bij elkaar te verzamelen door elkaar om de ontbrekende kaart te vragen. Heb je een complete set? Dan heb je een kwartet.


Overig


Aftelkalender Sinterklaas

Met deze aftelkalender kunnen kinderen elke dag zien hoe lang het nog duurt tot pakjesavond. Vul de lege kaartjes in met de dagen of data en tel samen af naar 5 december.

Hang de kalender op een zichtbare plek in de klas en streep iedere dag een kaartje door, kleur het in of haal het weg. Zo wordt het wachten op Sinterklaas iedere dag een klein momentje in de klas.